Monday, May 3, 2010

Vijf weken

Morgen zijn er vijf weken Zuid-Afrika voorbij. De week bestaat nog steeds vooral uit stage en ’s avonds af en toe iets gaan eten of drinken. De weekends zijn altijd wat drukker en zijn heerlijk om door te brengen op een toeristische trekpleister of gewoon genieten van Kaapstad.
Vorig weekend was Mo’s (Mohammeds bijnaam in Cape Town) laatste weekend in deze wondermooie capitool. Op zaterdag begaven we ons eindelijk op een stukje geschiedenis van Zuid-Afrika: Robben Island. Dat is een eiland op zo’n 20 kilometer van Kaapstad waar de voormalige gevangenis gevestigd is.

Het eiland speelde een prominente rol tijdens de dagen van de Apartheid in Zuid-Afrika. Op het eiland zaten enkel zwarte gevangenen, puur het gevolg van het Apartheidsregime in Zuid-Afrika. Hoe erg de geschiedenis van het land ook moge zijn, ze weten er weer een toeristische trekpleister van te maken. Niks op tegen want elke bezoeker van Kaapstad moet het gezien hebben, het is een deel van het land en mag niet vergeten worden.Om 11u stonden we braaf aan de ferry om de oversteek te maken naar het eiland. Na 20 minuutjes legden we aan en werden al begroet door een dikke zeehond die zijn schoonheidsslaapje hield. Net zoals menig toerist pakte ook ik mijn camera gretig boven en schoot wat plaatjes. Dan naar de bus voor een tour met gids op het eiland. Tobani – grapjas van dienst – wist de volle bus te entertainen en wij waren dan ook oprecht geïnteresseerd in de dingen die hier gebeurd zijn. Na 45 minuten was het tijd voor een rondleiding door de maximaal bewaakte gevangenis – door een ex-politiek gevangene. De man zal waarschijnlijk wel een boeiend leven achter de rug hebben, maar klonk alsof het een verhaal was dat hij al voor de duizendste keer aframmelde. Hmm interessant om te zien en weten, maar dan was onze Tobani toch iets enthousiaster. Na een half uur was het weer tijd om terug te keren en traden terug naar onze wachtende ferry.

Eenmaal terug op het vasteland besloten we eerst een hapje te eten in Waterfront. Dat is een groot shopping mall aan de haven. Na de zoveelste keer fish & chips achter de kiezen, besluiten Steffi en ik het eten weg te gieten met een Savannah. Dat is een heerlijk drankje – soort cider – wat hier enorm populair is en waarvan je tien keer naar een toilet op zoek moet. Mo besloot de rollen om te keren en te gaan shoppen. Hoe ironisch is dat: de meisjes drinken een stevige ‘pint’ terwijl de kerel op een shopspree gaat.De bedoeling was om hier te chillen en wachten op Max die ons zou vergezellen voor een avondhike op Lion’s Head. De kleine berg staat bekend om haar prachtig uitzicht tijdens zonsondergang en is dus een must voor locals en toeristen. De jongens besloten ons vrouwen maar aan ons lot over te laten en snelden naar boven. Waar zijn de gentlemens toch gebleven? :p Steffi en ik zetten voet op sunsetview-deel en slaakten een diepe zucht. Ongelooflijk om de zon letterlijk te zien zakken in de zee. Goede padvindertjes zijnde hadden we gezorgd voor een zaklamp want het was inmiddels pikkedonker geworden. Ongelooflijk en adembenemend (letterlijk en figuurlijk).

Om onze dag in glorie te eindigen hielden we een laatste avondmaal met ons viertjes in Camps Bay. In een leuk seafood restaurantjes kon je voor 10 eurootjes eten met zicht op de oceaan. Heerlijk gewoon.. Dat zou je bij ons niet voor mogelijk houden. We waren alle vier bekaf en besloten rond tien uur huiswaarts te keren en ons warm bedje heerlijk te begroeten.

No comments:

Post a Comment